“Ik heb een bewogen leven achter de rug,” vertelt Lisette. 85 jaar is ze intussen en verschillende verlieservaringen wegen op haar gemoed. Maar de kranige vrouw laat zich niet kisten. “Voor mijn kleinkind blijf ik doorzetten.”

Lisette, je leven kende heel wat tegenslagen. Zo heb je kanker moeten doorstaan?

Lisette: “Ja, borstkanker. Ik voelde een knobbeltje in mijn borst, maar ik dacht eigenlijk niet meteen aan kanker. Ik zocht andere verklaringen. Mijn man daarentegen was onmiddellijk gealarmeerd. Hij drong erop aan dat ik naar de dokter zou gaan. Na dat doktersbezoek is alles heel snel gegaan. Een week later ging ik al onder het mes. De tumor bleek kwaadaardig te zijn, maar ik had gelukkig geen uitzaaiingen. Na een hele reeks bestralingen werd ik kankervrij verklaard.”

Dat moet een zware periode geweest zijn?

Lisette: “Dat was een lastige periode, inderdaad. Het is een verschrikkelijke ziekte. Maar als ik er nu op terugkijk, durf ik te zeggen dat het eigenlijk wel meeviel. Heel veel pijn heb ik niet gehad. En vooral, ik had mijn man. Hij steunde mij ongelooflijk hard tijdens die periode.”

Later heb je afscheid van hem moeten nemen?

Lisette: “Inderdaad. Mijn man had longkanker. Dat is pas in een laat stadium ontdekt, hij had al uitzaaiingen in zijn lever. 80 jaar was hij, toen hij de diagnose kreeg. Mijn man wou niet meer vechten. Ik weet nog hoe ontzet ik was toen hij zei dat hij een goed leven had gehad en zich niet meer wou laten behandelen. Ik heb hem gesmeekt en voor mij is hij dan toch aan die behandeling begonnen. Maar echt vechten tegen de ziekte heeft hij nooit gedaan.”

“Ik kon heel moeilijk omgaan met zijn dood. Hij was altijd mijn rots geweest. Gelukkig was er mijn dochter waar ik bij terecht kon.”

Maar het ondenkbare gebeurde. Ook bij haar werd kanker vastgesteld?

Lisette: “Ja, bij haar werd eierstokkanker vastgesteld. Ik heb haar getroost en haar op het hart gedrukt dat als ze zou vechten, ze het zou overwinnen. Bij mij was dat gelukt, dus bij haar zou dat vast ook lukken. Maar het heeft niet mogen zijn. Mijn dochter verliezen deed nog veel meer pijn dan mijn man verliezen. Ze heeft ook zo ontzettend afgezien. Ze kon niet meer eten en had helse pijn. Uiteindelijk koos ze voor euthanasie, ze had geen kracht meer om te blijven vechten.”

“Zelf ziek zijn is zwaar om te dragen, maar afscheid moeten nemen van mensen die je graag ziet, die pijn is onbeschrijflijk.”

Lisette, 85 jaar

Ik heb de indruk dat hen verliezen voor jou pijnlijker was dan jouw eigen gevecht tegen kanker?

Lisette: “Dat is ook zo. Zelf ziek zijn is zwaar om te dragen, maar afscheid moeten nemen van mensen die je graag ziet, die pijn is onbeschrijflijk. Zeker je eigen kind zien sterven, dat is onnatuurlijk.”

Heb je ooit met een psycholoog gepraat over die pijn?

Lisette: “Nee, eigenlijk niet. Ik dacht dat niet nodig te hebben. Dat zit in mijn karakter en mijn dochter was ook zo. In het ziekenhuis waren er nochtans hulpverleners die verschillende keren aangeboden hebben om eens te praten, maar daar ben ik niet op ingegaan.”

“Er was wel een goede vriendin bij wie ik terechtkon. Het deed deugd dat ik op haar terug kon vallen. En ook bij onze huisdokter kon ik altijd terecht. Die kende mijn situatie en heeft mij altijd heel goed opgevolgd. Ik heb dan wel nooit beroep gedaan op een psycholoog, praten helpt wel. Daarvan ben ik overtuigd.”

Je hebt veel verlies gekend in je leven. Hoe blijf je doorzetten?

Lisette: “Ik wil gerust toegeven dat het niet altijd makkelijk is om positief te blijven. Het helpt ook niet dat ik van nature geen optimist ben. Ik ben eerder een kniezer, ik pieker veel. Ik wou dat ik anders was, maar aan je karakter kan je weinig veranderen. Soms denk ik dat het voor mij eigenlijk allemaal niet meer hoeft, maar voor mijn kleinkind blijf ik doorzetten.”

“Soms denk ik dat het voor mij eigenlijk allemaal niet meer hoeft, maar voor mijn kleinzoon blijf ik doorzetten.”

Lisette, 85 jaar

Je hebt een goede band met je kleinkind?

Lisette: “Na de dood van mijn dochter nam ik het mijn schoonzoon kwalijk dat hij haar niet voldoende had gesteund tijdens haar ziekte. Er zijn ook woorden gevallen over de erfenis en andere financiële zaken. Door die vertroebelde relatie met mijn schoonzoon zag ik mijn kleinkind veel minder. Dat was heel erg moeilijk. Tijdens zijn eerste levensjaren hebben mijn man en ik hem mee opgevoed. Hij is nooit naar de crèche geweest, omdat hij altijd bij ons terecht kon. Nadat ik hem zo lang van dichtbij zag opgroeien, was het heel zwaar om hem later nog amper te zien.”

“Toen hij zich tijdens zijn puberjaren meer en meer opstandig begon te gedragen en zich van mij afkeerde, deed dat pijn. Ik vond het jammer dat ik er niet kon zijn voor mijn kleinkind, hoewel ik net heel goed wist wat hij moest doormaken. Ook ik ben mijn moeder verloren toen ik nog jong was, ik begreep zijn pijn dus maar al te goed.

Probeer je de band met je kleinkind nog te herstellen?

Lisette: “Daar werk ik hard aan. Inmiddels zien we elkaar terug wat meer. Aan die bezoekjes trek ik mij enorm op. Hij is de reden waarom ik blij ben dat ik er nog ben. Ik zeg hem ook vaak hoe belangrijk hij is voor mij. Hij is alles wat ik nog heb. Ik hoop dat ik hem nog een beetje mee kan opvoeden, ook al woon ik nu in het woonzorgcentrum.”

Dit interview kwam tot stand met de hulp van Kom op Tegen Kanker.